Artikel in de kijker

‘Maar één ding is nog erger’: de Hoge Gezondheidsraad over de toepassing en status van de DSM

Giel Hutschemaekers, Bea Tiemens


Inleiding

Van het rapport van de Hoge Gezondheidsraad (HGR, 2019) over de toepassing en de
status van de DSM kregen we al heel vlug goede zin. Onze zuiderburen flikken het toch
maar weer om lastige kwesties in hun voordeel om te buigen. Al eens eerder mochten we
dat ontdekken bij de nieuwe beroepenstructuur in België (Hardeman, 2018). En nu lijken
de Belgen de eersten die hardop durven te stellen dat standaardgebruik van de DSM misschien
wel een van de meest stompzinnige beslisregels is die ooit binnen de geestelijke gezondheidszorg
zijn bedacht. Het opstellen van een DSM-classificatie is in Nederland noodzakelijk
voor recht op vergoeding van de zorgverzekering. Niet de lijdensdruk of de ernst
van het leed, al helemaal niet de behandelbaarheid, neen, de Nederlandse Zorgautoriteit
eist specifieke DSM-classificaties; een fobie mag niet, evenmin als een aanpassingsstoornis,
wel een ongespecificeerde angststoornis, enzovoort. En het wordt nog spannender
als de HGR niet alleen de DSM als beslisregel ter discussie stelt, maar dat ook nog doet op
basis van een doorwrochte analyse van de argumenten die tegen de DSM pleiten. Eigenlijk,
zo luidt de conclusie, deugt de DSM van geen kanten; hoe scherper je naar de onderliggende
premissen kijkt, hoe problematischer die hele systematiek van discrete stoornissen
blijkt te zijn. Wat ons betreft, verdient die doorwrochte kritiek grote lof. Een aantal van de
argumenten zullen we in dit artikel kort de revue laten passeren.
Helaas hield onze goede zin niet aan. Naarmate we dichter bij het slot van het rapport
van de HGR kwamen, ontstond toch wel enige teleurstelling. Het gebruik van de DSM
is erg, maar het voorgestelde alternatief is nog erger! De HGR breekt een lans voor een
meer uitgebreide diagnostiek waarin het gebruik van casusformulering centraal staat. Een
aantal aspecten van casusformulering zullen we hieronder kort samenvatten. We zullen
daarbij laten zien dat casusformulering inderdaad vaak grote toegevoegde waarde heeft.
In de casusformulering zelf zit de pijn niet. We zullen in het derde en laatste deel van dit
artikel beargumenteren dat het grootste probleem zit in het voorstel casusformulering als
‘standaard’-diagnostiek te introduceren.
 

Lees het volledige artikel in onderstaande PDF