Word verwacht

Geïnteresseerd in toekomstige artikels in het Tijdschrift Klinische Psychologie?
 

Doet scheiden altijd lijden? Een literatuuronderzoek naar het mentaal welzijn van en relevante systemische interventies voor mensen betrokken bij een echtscheiding - Joni Roelandt, Davy Dries

Een echtscheiding is een belangrijke levensgebeurtenis voor iedereen die erbij betrokken is. Elke hulpverlener wordt wel eens geconfronteerd met mensen wier hulpvraag hiermee verband houdt of erdoor wordt gecompliceerd. Aan de hand van een literatuuronderzoek, waarbij 52 artikels werden geïncludeerd, bieden we een overzicht van actuele, relevante wetenschappelijke kennis voor hulpverleners die met scheidingsproblematiek te maken krijgen.

Deze bijdrage omvat twee delen. Het eerste deel biedt relevante informatie over het mentaal welzijn van mensen die in een echtscheiding verwikkeld zijn of waren. In het tweede deel worden praktische richtlijnen voor hulpverleners en concrete interventies besproken. De wetenschappelijke evidentie voor deze aanbevelingen blijkt tot op heden vaak beperkt en verder onderzoek is nodig. Toch levert deze literatuurstudie kennis en concrete handvatten op voor de klinische praktijk.

 

Plaats en waarde van hypnose in psychotherapie - Nicole Ruysschaert

’Hypnose’ is een term die diverse associaties oproept. Men kan er het Griekse woord hypnos of slaap in horen, men kent collega’s die er een opleiding in volgen, men spreekt patiënten die zich door ‘leken’-hypnotiseurs onheus behandeld voelen of men ziet advertenties of demonstraties van hypnoseshows in televisieprogramma’s. Redenen genoeg voor de Hoge Gezondheidsraad (HGR) om een werkgroep te starten en een panel van experts een advies te laten uitbrengen over het verantwoord gebruik van hypnose in de gezondheidszorg (HGR, 2020). De wetgeving die in België het gebruik van hypnose reglementeert, dateert van 1892 en is verouderd: showhypnose is verboden, het werken met hypnose is voorbehouden aan artsen. Dit past natuurlijk niet meer bij de huidige professionele diversificatie. Het doel van het HGR-rapport is het bieden van correcte informatie over indicaties en doeltreffendheid van hypnose en het doen van aanbevelingen over opleidingsvereisten en -voorwaarden.

 

Oog voor kind én ouder bij ouders met psychopathologie: een voorstudie naar de invloed van ‘Contextueel Behandelen’ op de kwaliteit van de ouder-kindinteractie - Lieke Imandt, Karin Van Doesum, Hanna Stolper

Jonge kinderen van ouders met psychische stoornissen zijn een kwetsbare groep en lopen een groot risico op het ontwikkelen van eigen psychische problematiek, op hechtingsproblemen en veranderingen in de structuur en functie van het brein. De ouder-kindinteractie is een belangrijke schakel in het doorbreken van de cirkel van intergenerationele overdracht van psychopathologie. In dit artikel wordt verslag gedaan van een eerste verkennend onderzoek bij een groep van twintig ouders en hun jonge kinderen die in samenhang werden behandeld vanuit de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen en voor jeugd, met expliciete aandacht voor de ouder-kindinteractie (‘Contextueel Behandelen’). Er is onderzocht in hoeverre er sprake was van verbetering in de kwaliteit van de ouder-kindinteractie (met de Emotional Availability Scales-IV) en in de beleving van de ouder van de ouder-kindrelatie (met de Opvoedingsbelasting Vragenlijst) na een periode Contextueel Behandelen. De resultaten laten een verbetering zien in de kwaliteit van de ouder-kindinteractie. Er werd geen verandering gevonden in de beleving van de ouders van de ouder-kindrelatie. Om meer inzicht te krijgen in de resultaten van Contextueel Behandelen en werkzame mechanismes te kunnen identificeren wordt vervolgonderzoek met een grotere onderzoeksgroep en vergelijking met een ander behandelaanbod voor de doelgroep aanbevolen.

 

Het IQchc als beste schatter van de algemene intelligentie -  Steven Joris, Marlies Tierens

Ondanks het wijdverspreide gebruik, merken professionals dat individuen in de praktijk op verschillende IQ-tests uiteenlopende scores behalen die niet verklaard kunnen worden door verschillen gerelateerd aan het toeval, zoals motivatie of factoren te wijten aan de testomstandigheden. Zelfs in het Nederlandse taalgebied zijn er heel veel verschillende intelligentietests die alle beweren dat ze hét IQ en dus dé algemene intelligentie in kaart brengen. De inhoud van deze tests is echter vaak heel verschillend en niet onderling inwisselbaar: het ene IQ blijkt het andere niet. Dit leidt niet zelden (onbewust) tot misverstanden, miscommunicatie en zelfs misbruik van het concept ‘IQ’ en de daaraan verbonden IQ-scores. Het Cattell-Horn-Carroll (CHC)-model zou zowel een verklaring als een mogelijke oplossing kunnen bieden voor dit fenomeen en geldt momenteel als een van de best uitgewerkte en empirisch meest ondersteunde modellen van intelligentie.  Dit intelligentiestructuurmodel tracht de menselijke cognitie te operationaliseren en omvat acht brede cognitieve vaardigheden.  Veel van de onduidelijkheden omtrent het intelligentiebegrip kunnen worden begrepen en verklaard vanuit het CHC-model. Het kritisch bekijken van intelligentiemeting en testgebruik is wellicht de grootste verdienste van het CHC-model.  

 

Naar een beter begrip van gezinnen met meervoudige en complexe problemen: dynamieken van een herkenbaar subtype - Wilfried Peeters

Gezinnen met meervoudige en complexe problemen worden makkelijk veroordeeld, maar moeilijk begrepen. In dit artikel wordt op basis van klinische ervaringen met deze gezinnen een herkenbare subgroep beschreven. Hun functioneren wordt geanalyseerd vanuit een structureel gezinstherapeutisch en pedagogisch referentiekader. De centrale hypothese is dat de reacties en het functioneren van deze gezinnen beter kunnen worden begrepen door ze te beschouwen als chronisch getraumatiseerde systemen. Dat biedt nieuwe en mogelijk meer succesvolle aanknopingspunten voor de betrokken hulpverleners.

 

Verslavingspreventie, een zaak van ons allen - Giovanni Laleman

In Vlaanderen investeren de centra voor geestelijke gezondheidszorg al meer dan twintig jaar actief in de preventie van alcohol- en andere drugproblemen. Dit doen ze in nauwe samenwerking met het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) en andere partners. Er zijn ondertussen heel wat Vlaamse preventiemethodieken beschikbaar.1 Deze zijn echter niet allemaal even effectief en worden in de praktijk niet altijd goed geïmplementeerd. Ondanks deze kritiek is er geen reden om een negatief beeld van de verslavingspreventie anno 2022 te scheppen.  Ook zijn er heel wat robuuste (inter)nationale preventieprogramma’s beschikbaar. Er bestaan ook internationale kwaliteitscriteria die focussen op de inhoud van succesvolle interventies. Daaruit blijkt onder meer dat interventies inzake (drugs)voorlichting geen of een averechts effect hebben. Er is dus nog veel te leren, maar toch weten we al heel wat en is er veel voorhanden.

 

Omgaan met slachtoffers van (vroegkinderlijke) chronische traumatisering: inzichten voor magistraten, forensische hulpverleners, psychologen en psychotherapeuten - Erik de Soir

Slachtoffers van ernstige en langdurige mishandeling, misbruik en/of verwaarlozing, meer in het bijzonder van vroegkinderlijk seksueel misbruik en systematische uitbuiting, worden vaak gezien als onbetrouwbare, wispelturige en moeilijke cliënten of getuigen. Tijdens psychotherapie beschouwen ze zichzelf overigens ook vaak als hopeloze gevallen. Ze schamen zich vaak voor wat er zich in de sessies afspeelt: dissociatie, oncontroleerbaar switchen tussen ‘in traumatijd zijn’ en ‘in het hier en nu zijn’ en heen en weer geslingerd worden tussen herbeleving en ontkenning. De bedoeling van dit artikel is om het functioneren en het lijden van slachtoffers van vroegkinderlijke chronische traumatisering nader te verduidelijken, zodat ze zowel tijdens politionele en gerechtelijke procedures als tijdens een proces van diagnostiek en indicatiestelling voor psychotherapie beter kunnen worden bijgestaan.

 

Herstel van de wonde’: betekenis, diagnostiek en behandeling van littekens door zelfverwondend gedrag - Laurence Claes, Glenn Kiekens, Koen Luyckx

Zelfverwondend gedrag (ZVG) verwijst naar het aan het eigen lichaam opzettelijk toebrengen van fysieke schade zonder de intentie om zichzelf het leven te benemen . ZVG komt frequent voor bij jongeren en jongvolwassenen in de algemene bevolking en in klinische steekproeven. Ondanks het feit dat de biopsychosociale antecedenten en gevolgen van ZVG ondertussen uitgebreid onderzocht zijn, bestaat er relatief weinig literatuur over de permanente littekens die ontstaan ten gevolge van het ZVG. In deze bijdrage staan we stil bij de kenmerken van de littekens van ZVG (in vergelijking met andere littekens ten gevolge van een ongeluk/operatie), de betekenis die personen geven aan deze littekens, en het stigma dat eraan kleeft. We beschrijven ook hoe stigmatisering van de littekens door de persoon zelf en door derden kan leiden tot het camoufleren van littekens voor zichzelf en anderen, hetgeen het zoeken van hulp kan hinderen. Verder staan we stil bij aandachtspunten voor de diagnostiek van de littekens ten gevolge van ZVG en de medische en psychotherapeutische aanpak van deze littekens.

 

Hoe voelt het om een pleegkind te zijn? Een kwalitatief onderzoek naar de beleving van pleegkinderen in perspectiefbiedende pleegzorg  -  Lisa Van Hove, Frank Van Holen, Ann Clé, Laura Gypen, Johan Vanderfaeillie

Dit kwalitatief onderzoek, uitgevoerd in Vlaanderen, beschrijft hoe 27 pleegkinderen, tussen de 12 en 18 jaar oud, geplaatst in perspectiefbiedende pleegzorg  ̶  waarbij het de bedoeling is dat een pleegkind langdurig in een pleeggezin zal verblijven  ̶  het leven in een pleeggezin beleven en hoe zij omgaan met hun gevoelens. Uit de analyses blijkt dat pleegkinderen vooral positieve gevoelens, zoals blijheid en trots, koppelen aan het leven in een pleeggezin. Tegelijkertijd ervaart de meerderheid ook lastige gevoelens, zoals verdriet, boosheid en verwardheid. De positieve gevoelens zijn vooral gerelateerd aan het zich ‘gewoon’ voelen en de lastige gevoelens aan de verhouding tot hun ouder(s). Met betrekking tot coping, worden twee groepen onderscheiden: pleegkinderen die hierover praten met vrienden en andere steunfiguren (bijvoorbeeld pleegmoeder), en pleegkinderen die hun gevoelens verbergen. Deze laatste groep heeft er behoefte aan adequate strategieën aangereikt te krijgen waarmee gevoelens geuit kunnen worden. Activiteiten die rust, troost of afleiding bieden en het hebben van een eigen plek helpen om met deze gevoelens om te gaan. Meer aandacht voor de emotionele beleving van pleegkinderen is nodig zowel in toekomstig onderzoek als in de praktijk.

 

Het betrekken van naasten in de geestelijke gezondheidszorg: van multidisciplinaire richtlijn naar implementatieMarieke Van Schoors, Elke Van Lierde, Evelien Coppens, Kim Steeman

Uitgaande van de noodzaak om familie te zien als een volwaardige partner in de zorg, ontwikkelde het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG een multidisciplinaire richtlijn (MDR) over het betrekken van naasten in de ggz.  De zorg moet plaatsvinden binnen de triade patiënt, hulpverlener en familie; samen of afzonderlijk, afhankelijk van de wensen van de patiënt. De MDR is wetenschappelijk onderbouwd; ze is gebaseerd op nationale en internationale richtlijnen, resultaten van klinisch wetenschappelijk onderzoek, resultaten van eigen kwalitatief onderzoek  en juridische bronnen. De MDR richt zich op drie doelgroepen: alle hulpverleners in de Vlaamse mobiele, ambulante en residentiële ggz die werken met patiënten van alle leeftijden, directies en beleidsmedewerkers. Voor elke doelgroep is er een aparte set van aanbevelingen uitgewerkt: de hulpverlener en het team, de zorginstelling/directies, de nationale en deelstatelijke beleidsvoering.

 

Recensies van volgende boeken:

  • Schaufeli, W., & Verolme, J.J. (2021). De burn-out bubbel: het échte verhaal – Hans De Witte
  • Van Assche, L., & Van de Ven, L. (Red.) (2020).  Help, ik vergeet ! Milde cognitieve beperking en beginnende dementie – Kurt Beeckmans
  • Hutsebaut, J., Nijssens, L., & Van Vessem, M. (2021). De kracht van mentaliseren – Bart Colson
  • Feldman, M., & Yates, G. (2020). Opzettelijk ziek: de nagebootste stoornis herkennen en begrijpen – Johan Vereycken
  • Mulder, J. (2019). Pedofielen en misbruikplegers: voorkeur, gedrag en preventie van seksueel geweld – Giovanni Timmermans 
  • Penberthy, J.K. (2019). Persistent depressive disorders – Laura Wante
  • Calmeyn, M. (2021). Depressie is menselijk: onze donkere kant anders belicht – Jozef Corveleyn
  • Scheepers, F. (2021). Mensen zijn ingewikkeld: een pleidooi voor acceptatie van de werkelijkheid en het loslaten van modeldenken – Julie Van Boxtael
  • Claes, L., Bastiaens, T., & Witteman, C. (Red.). (2020). Psychodiagnostiek in de hulpverlening aan volwassenen & ouderen – Johan Vereycken
  • Candel, I. (2020). Tot hier en niet verder – Jos delimon
  • Roelofs, J., Van Wijk-Herbrink, M., & Boots M. (Red). (2020). Toegepaste schematherapie bij kinderen en adolescenten – Britt Ooms
  • Vander Laenen, F. (2021). Gedwongen opname: ervaringen van professionals en ervaringsdeskundigen – Karl Andriessen