Word verwacht

Geïnteresseerd in toekomstige artikels in het Tijdschrift Klinische Psychologie? Hier kan je al een voorsmaakje vinden van een aantal artikels:
 

De ondraaglijke lichtheid van supervisie - Ilse Devacht 

In deze bijdrage nodig ik u als collega uit tot reflectie over de supervisie aan teams en aan beginnende collega’s. Ik schreef deze tekst, mogelijk beïnvloed door deze coronatijden, als reflectie na de suïcide van een van onze jongeren die opgenomen was op een psychiatrische afdeling voor jongvolwassenen. Door het delen van mijn les in nederigheid meen ik geen betoog voor of tegen iets te houden. Wel nodig ik u uit om in de ‘brij’ die psychiatrische zorg en ook de supervisie erover soms is, mee te kijken in een van de mogelijke spiegels.

 

Mindfulness: voorbij de hype. De betekenis voor preventie en de klinische praktijk -  Lydia Castiglione

Zowat iedereen heeft het woord ‘mindfulness’ weleens horen vallen, heeft er iets over gelezen of kent iemand die een cursus volgde. In Angelsaksische landen wordt het woord in het dagelijks taalgebruik soms als synoniem voor ‘met aandacht’ gebruikt. Het is dus allemaal niet meer zo nieuw en trending. Dat is ook te zien aan het dalend aantal inschrijvingen voor de groepstrainingen in mindfulness zowel in België als Nederland. Tegelijkertijd zijn mensen nog steeds op zoek naar verstilling en ze blijken hun weg ook online te vinden. Zo heeft de app InsightTimer (een applicatie waar experts meditaties delen) maar liefst vijftien miljoen gebruikers. In dit artikel lichten we het concept mindfulness toe, staan we stil bij een aantal toepassingen in het werkveld en sluiten af met een kritische noot.

 

Therapeuten in therapie: een exploratieve studie naar ervaringen van Vlaamse therapeuten in leertherapie -  Xenia De Zutter, Katrine Op de Beeck, Rosa De Geest, Reitske Meganck

De meeste therapeuten hechten veel belang aan leertherapie omwille van persoonlijke groei en training. Leertherapie wordt binnen het therapeutische werkveld erkend als een belangrijk onderdeel van het ontwikkelingsproces tot therapeut. Internationaal onderzoek toont aan dat therapeuten een eigen therapie opstarten omwille van persoonlijke problemen, onzekerheid en/of een verplichting vanuit de therapieopleiding (Orlinsky, 2013). Deze studie exploreerde voor het eerst de ervaringen van Vlaamse therapeuten in leertherapie. Er werd gebruikgemaakt van een online vragenlijst en diepte-interviews. De diepte-interviews werden afgenomen bij drie psychoanalytische en drie gedragstherapeuten en geanalyseerd via een thematische analyse. Uit de kwantitatieve analyse van de online bevraging bleek dat alle participanten in zekere mate belang hechtten aan leertherapie. Het merendeel gaf daarnaast aan dat leertherapie van invloed was op hun algemene en persoonlijke ontwikkeling. Psychoanalytische therapeuten bleken over het algemeen langer in therapie te gaan en kozen vaker voor een therapeut van de eigen therapeutische stroming, terwijl gedragstherapeuten meestal voor een kortere periode in therapie gingen bij therapeuten met verscheidene therapeutische achtergronden. De thematische analyse van de diepte-interviews toonde dat zowel psychoanalytische als gedragstherapeuten vonden dat ze in therapie niet alleen als mens gegroeid waren, maar ook als therapeut. Alle geïnterviewde therapeuten ervaarden veranderingen in hun klinische werk als gevolg van de leertherapie.

 

Suïcidepreventie bij studenten in het hoger onderwijs - Peter Vonk, Claudia Van der Heijde 

Al langer is bekend dat het met studenten in het hoger onderwijs af en toe niet goed gaat. Bij vragenlijstonderzoek worden, bij opeenvolgende jaargangen studenten, gevoelens van angst en depressie gerapporteerd. Middelengebruik, zoals het met regelmaat gebruiken van tabak, drugs en alcohol, is een bijkomend probleem. Suïcide blijft een groot probleem onder studenten. In hun leeftijdsgroep is de dood door zelfmoord de op een na belangrijkste doodsoorzaak en de gegevens over zelfmoordpogingen en zelfmoordgedachten onder studenten zijn verontrustend . De levensfase van studenten, die het losmaken van het ouderlijk huis en de identiteitsontwikkeling behelst, wordt geacht ten grondslag te liggen aan het hoge suïciderisico dat studenten lopen.  De laatste jaren is dat nog versterkt door toenemende prestatiedruk, studieduurverkorting en zaken als fear of missing out (fomo) mede verscherpt door social media. Bovendien vertonen studenten een beperkt hulpzoekgedrag wanneer ze kampen met mentale problemen, ook wel ’stille pijn’ genoemd. In deze bijdrage rapporteren wij over het onderzoek dat de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden bij de studentengezondheidszorg van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Hogeschool van Amsterdam (HvA) en het daaruit voortgekomen suïcidepreventieprotocol. We deden ook onderzoek naar risicofactoren van suïcide bij studenten, en in het kader van preventie werd kwalitatief onderzoek verricht naar factoren die van belang zijn om studenten met een suïciderisico op te sporen binnen een onderwijscontext door interviews met onderwijssleutelfiguren, zoals studiebegeleiders, reguliere docenten, studieadviseurs, tutoren, en studentendecanen. Tevens werd er gekeken naar de stappen die noodzakelijk zijn om studenten te helpen, wat heeft geleid tot een suïcidepreventieprotocol dat voor alle onderwijssleutelfiguren aan de UvA, HvA en andere onderwijsinstellingen in Nederland beschikbaar is.

 

Wat is een fantasme? Enkele toepassingen op het oeuvre van Marnix Gijsen - Firmin Asma

Een fantasme, als psychoanalytisch begrip, is een min of meer bewuste voorstelling die de persoonlijkheid structureert en die tevoorschijn komt onder andere in dromen, versprekingen, symptomen, in creatief werk, een affectieve keuze of een beroepskeuze. Tijdens de psychoanalytische kuur tracht de analyticus fantasmen op te sporen, te analyseren en door te werken in de overdracht. Deze bijdrage spitst zich toe op drie belangrijke fantasmen in het literaire werk van Marnix Gijsen: de familieroman, de aseksuele volmaaktheid en de terugkeer of de thuiskomst.

 

Hoe een ABC-mindset de klinische praktijk kan verrijken: inzichten en concrete handvatten vanuit de zelfdeterminatietheorie -  Katrijn Brenning, Nathalie Coorevits, Jolene Van der Kaap-Deeder,  Maarten Vansteenkiste

Deze bijdrage gaat nader in op de klinische relevantie van de zelfdeterminatietheorie (ZDT; Ryan & Deci, 2017; Vansteenkiste & Soenens, 2015), een toonaangevende theorie over motivatie, persoonlijke groei en psychosociaal welzijn. Hoewel de empirische evidentie voor deze theorie heel overtuigend is, bestaan er tot op heden weinig concrete toepassingen in de praktijk. Positieve en verrijkende ervaringen op basis van de ZDT in de eigen klinische praktijk stimuleerden ons om de brug tussen theorie en praktijk te slaan. In wat volgt gaan we eerst nader in op de psychologische basisbehoeften en hun cruciale rol voor het psychisch welzijn van mensen. Daarna wordt uitvoerig aandacht besteed aan de manier waarop deze psychologische basisbehoeften aandacht kunnen krijgen in de hulpverleningspraktijk. We nemen hiervoor concrete casussen als uitgangspunt. In dit artikel richten we ons specifiek op de doelgroep volwassenen, hoewel de concrete toepassing even vruchtbaar kan zijn voor kinderen en jongeren (zie: Verstuyf et al., 2014).

 

Casus elektronisch patiëntendossier -  Karel De Witte, Axel Liégeois

Om de lezers van het Tijdschrift Klinische Psychologie (TKP) te ondersteunen in het ethisch en deontologisch correct handelen, zullen we regelmatig een casus bespreken. De bespreking bestaat uit twee delen. Ten eerste vragen we enkele collega’s die met ethische en deontologische kwesties vertrouwd zijn om advies en voegen deze adviezen samen. Vervolgens bouwen we een systematisch ethisch advies op aan de hand van een relationeel ethische visie op de problematiek.

De eerste casus betreft het gedeelde beroepsgeheim van psychologen en andere hulpverleners die samenwerken en gebruikmaken van een elektronisch patiëntendossier (EPD). De casus is dus gebaseerd op concrete vragen die voorgelegd werden aan de Divisie ethiek en deontologie van de VVKP, maar we hebben verschillende vragen gecombineerd en de context van de vragen gewijzigd. Op deze manier respecteren we de vertrouwelijkheid en creëren we optimale kansen voor een leerproces.

 

Wanneer is iemand klaar om naar een lager beveiligingsniveau te gaan? Een onderzoek naar de toepasbaarheid van DUNDRUM-3 en DUNDRUM-4 in de forensische psychiatrie -  Petra Habets, Inge Jeandarme

In België is er nog geen systematische en gestructureerde manier beschikbaar om in te schatten wanneer een persoon met een forensisch statuut klaar is om door te stromen naar een lager beveiligingsniveau of naar de reguliere zorg. De DUNDRUM-toolkit is een gestructureerd klinisch beoordelingsinstrument dat hiervoor gebruikt kan worden. Subschalen van de DUNDRUM-toolkit brengen de voortgang van de behandeling (DUNDRUM-3) en de mate van herstel (DUNDRUM-4) in kaart op basis van de scores van het behandelteam evenals op basis van de scores van de patiënt zelf (zelfinvulversie). Wij onderzochten de toepasbaarheid van deze twee subschalen en de ervaringen van de gebruikers in de Vlaamse forensische context (high en medium security). Vergeleken met de scores in de high security, waren de verschillen tussen de scores van de psychologen en de patiënten in de medium security kleiner. In deze populatie had zowel het DUNDRUM-3- en het DUNDRUM-4-eindoordeel van de psycholoog als de score van de patiënt een voorspellende waarde voor de transfer naar een lager beveiligingsniveau. Voor de patiënten in high security hadden de scores geen voorspellende waarde. Het instrument werd goed ontvangen; er werden voornamelijk opmerkingen gemaakt over woordgebruik en zinsbouw. Ondanks dat verder onderzoek met een grote steekproef en een langere follow-up nodig is, kunnen we stellen dat de Nederlandstalige versie van DUNDRUM-3 en -4 klaar is voor gebruik in de Vlaamse forensische context.

 

Een wonderdokter toegankelijk gemaakt -  Giovanni Timmermans

Alles begint bij de vondst die Rinus Spruit doet in het archief van Goes; daar vindt hij een omvangrijk boekwerk: de autobiografie van Albert Willem Van Renterghem (1845-1939). De naam Van Renterghem zal bij weinig mensen tekenen van herkenning oproepen, maar deze Zeeuwse plattelandsarts introduceerde de hypnosetherapie en de psychoanalyse in Nederland. Op zich is zijn onbekendheid vreemd, want in buitenlandse publicaties over hypnose en psychotherapie wordt Van Renterghem vaak geprezen vanwege zijn uniek en baanbrekend werk. Van Renterghem was een gedreven arts die ervan overtuigd was dat patiënten genezen konden worden door de kracht van hypnose, overtuiging en suggestie. Zijn rol bij de opkomst van de hypnose- en psychotherapie in Nederland is uiterst belangrijk; feitelijk was hij de man die de psychoanalyse in Nederland introduceerde. “Van Renterghem was de nestor van de psychotherapie en verantwoordelijk voor de introductie van hypnose en de psychoanalyse in Nederland” (Spruit, 2019, p. 214). Zijn ’Instituut voor Psychotherapie’ aan de Van Breestraat in Amsterdam maakte veel indruk. Het was voor het eerst dat het woord ’psychotherapie’ in Nederland werd gebruikt. Van Renterghem was voorzitter van de Nederlandsche Vereeniging voor Psychoanalyse. Hij reisde naar Nancy, Wenen en Zürich om kennis te maken met Liébeault, Jung en Freud en was een van de weinige artsen in Nederland die Freud en Jung persoonlijk heeft gekend. Daarnaast was hij een van de eerste artsen in Nederland die een leeranalyse bij Jung onderging.

 

Gebroken en geheeld worden door burn-out: een cliëntgerichte visie - Ayse Dogan

Dit artikel vat mijn zoektocht samen naar aanknopingspunten voor het begrijpen en behandelen van burn-out vanuit het cliëntgerichte perspectief. Ik laat mij op dit pad inspireren door meerdere substromingen binnen deze oriëntatie. Mijn doel is een kader te creëren dat het procesdirectief handelen bij burn-out vanuit de cliëntgerichte stroming faciliteert. Dit kader helpt mij bovendien om een brug te slaan tussen mijn eerstelijnspsychologische functie binnen de arbeidsgeneeskunde en het psychotherapeutische werk met burn-out.

 

Zo ouder, zo kind? Het effect van depressieve symptomen bij de ouder op de ontwikkeling van depressieve symptomen bij de jongere: de onderliggende rol van emotieregulatie - Hanne Depauw, Marie-Lotte Van Beveren, Jolien Braet, Annelies Van Royen, Caroline Braet

Deze crosssectionele studie gaat na of er een verband bestaat tussen depressieve klachten en algemene psychopathologie bij de ouder en depressieve klachten bij de jongere; en of dit verband (deels) verklaard kan worden door de emotieregulatie (ER) strategieën bij de jongere.

Uit de analyses blijkt dat depressieve klachten bij de jongeren positief samenhangen met algemene psychopathologie bij de ouders, zowel wanneer we de klachten van de jongeren meten via zelfrapportage als ouderrapportage. We konden dit positief verband repliceren met specifieke depressieve klachten van de ouder en ouder-gerapporteerde depressieve klachten van de jongere. Daarnaast vonden we bij jongeren een positief verband tussen maladaptieve ER en depressieve klachten. Bij adaptieve ER kwam enkel een negatief verband naar voor bij zelf-gerapporteerde depressieve klachten. Er werd geen verband gevonden tussen psychopathologie bij de ouders en de ER-strategieën bij de jongere. Huidig onderzoek wijst uit dat depressieve symptomen vaak transgenerationeel zijn. Aangezien depressieve klachten bij een jongere een mogelijke voorloper zijn van een latere, meer ernstige vorm van depressie, pleit dit voor vroegtijdige (secundaire) preventie en alertheid binnen de hulpverlening wanneer een ouder zich aanmeldt met psychopathologie. Daarnaast lijkt ook het aanleren van adaptieve ER-strategieën een belangrijke stap bij de aanpak van depressieve klachten bij jongeren.

 

Recensies van de volgende boeken:

  • Liégeois, A. (2019). Waarden in dialoog: ethiek in de zorg – Ivo Bernaerts 
  • Luteijn, F & Barelds, D. (2018). Psychologische diagnostiek in de gezondheidszorg – Lien Goossens 
  • Van de Ven, L. (Red.). Trauma en ouderenzorg – Christine Decruy 
  • Franken, I., Van den Brink, W. & Schellekens (Red.). Handboek verslaving – Paul Van Deun 
  • De Leo, D., & Postuvan, V. (Eds.). Reducing the toll of suicide: resources for communities, groups, and individuals. – Karl Andriessen
  • Vliegen, N. & Verhaest, Y. (2020). Vroege ontwikkeling alle kansen geven – Pierre Gantois
  • Denys, D. (2020). Het tekort van het teveel: de paradox van de mentale zorg – Bob Cools 
  • De Beurs, D (2020).  Mythen over zelfmoord – Karl Andriessen
  • Casselman, J. (2019). Van jeneverellende tot Tournéé Minerale – Paul Van Deun 
  • Verbraak, M. et al. (2020). Handboek voor gz-psychologen – Jos Delimon
  • Parker, G. (2019). Bipolar II disorder: Modelling, measuring and managing- Eva Kennes
  • Van Holen, F., Vanderfaillie, J., & Colson, B. (2019). Geweldloos verzet: bespiegelingen vanuit theorie, onderzoek en praktijk – Sven Bussen
  • Smid, W. et al. (2020). Zicht op zedendelinquenten: achtergronden, risicotaxatie en behandeling – Kris Vanhoeck