Word verwacht

Geïnteresseerd in toekomstige artikels in het Tijdschrift Klinische Psychologie? Hier kan je al een voorsmaakje vinden van een aantal artikels:

 

Wetenschappelijk onderzoek en commissies voor ethiek - Axel Liégeois, Karel De Witte

Het is belangrijk dat psychologen aan onderzoek doen om hun praktijk wetenschappelijk te onderbouwen. De noodzaak hiervan is ook af te leiden uit de deontologische code voor psychologen.  

De wetenschappelijke onderbouwing van de praktijk van psychologen vergt dus dat er voldoende wetenschappelijke studies uitgevoerd worden. Daarbij is het vanuit ethisch standpunt essentieel dat psychologen de rechten van de proefpersonen respecteren. Om de bescherming van deze rechten te toetsen is het een ethische vereiste dat psychologen al hun onderzoeksprojecten waarbij mensen als proefpersonen betrokken zijn ter beoordeling voorleggen aan een commissie voor ethiek. Bij medisch-wetenschappelijk onderzoek is deze ethische toetsing wettelijk verplicht en de samenstelling en de werkwijze van de commissies voor ethiek zijn strikt gereglementeerd.

Omwille van deze ethische en juridische noodzaak heeft de redactie van het Tijdschrift Klinische Psychologie recent besloten een aanvulling op te nemen in de ‘Aanwijzingen voor de auteurs’: als een manuscript wordt aangeboden als “origineel wetenschappelijk artikel” en het betreft “een eigen empirisch onderzoek, dient vermeld te worden dat het onderzoek is goedgekeurd door een ethische commissie”. De goedkeuring is een voorwaarde voor publicatie. Voor bijdragen die in andere rubrieken van het tijdschrift gepubliceerd worden, geldt deze voorwaarde niet. In deze bijdrage willen we het belang van deze nieuwe regel nader toelichten. Tegelijkertijd hopen we vragen te beantwoorden waarmee psychologen en auteurs soms worstelen: moeten ze een wetenschappelijk onderzoek al dan niet aan een commissie voor ethiek voorleggen en tot welke commissie moeten ze zich wenden? Deze verduidelijkingen zijn nodig om de praktijk te kunnen baseren op degelijk en ethisch verantwoord onderzoek.

 

Digitale tools in de Vlaamse geestelijke gezondheidszorg: kansen en uitdagingen - Nele Stinckens, Claude Missiaen, Tom Van Daele

COVID-19 zorgde voor een versnelling in de digitalisering van de geestelijke gezondheidszorg. Een grote groep hulpverleners deed voor het eerst beroep op technologie, waar men voordien meestal trouw bleef aan een meer traditionele, ambachtelijke vorm van hulpverlening. Op basis van de resultaten van een haalbaarheidsstudie, die we met steun van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen uitvoerden voor de pandemie, willen we in deze forumbijdrage onze inzichten delen over hoe digitale psychologische tools ook in de toekomst blijvend kunnen worden ingezet om een doordacht, onderbouwd en klinisch relevant gebruik optimaal te benutten. Het grootste potentieel van digitale tools in Vlaanderen ligt in een betere hervalpreventie, een breder en meer gedifferentieerd zorgaanbod en meer focus op herstelgerichte zorg. De uitdagingen blijken vooral te liggen op vlak van coaching en ondersteuning. Cliënten moeten gegidst worden in het gebruik van digitale tools en hulpverleners moeten opgeleid worden in het verruimen van hun zorgaanbod. Ook de vrees voor een aantasting van de therapeutische relatie verdient alle aandacht, net als de psychische draagkracht en de graad van digitalisering van cliënten.  Cliënten en hulpverleners willen niet dat online hulp in de plaats komt van het vertrouwde zorgaanbod. Blended therapie, een combinatie van face-to-face therapie en digitale psychologische tools, heeft daarom de voorkeur. Het is aan de geestelijke gezondheidszorg om zelf de kansen te grijpen die digitalisering biedt en, rekening houdend met bovenstaande uitdagingen, het toekomstig ambacht van psychologische hulpverlening mee vorm te geven.

 

Klinische ouderenpsychologie: verleden, heden en toekomst -  Luc Van de Ven, Lies Van Assche

De klinische ouderenpsychologie is een vakgebied in volle ontwikkeling, jong en oud tegelijkertijd. In deze bijdrage presenteren we eerst een kort historisch overzicht van de inspanningen die klinisch psychologen hebben geleverd in de geestelijke gezondheidszorg voor senioren en vervolgens staan we stil bij de diverse uitdagingen voor de toekomst.

 

De toegevoegde waarde van de psychodiagnostiek in de klinische praktijk - Wim Snellen, Paul Van der Heijden, Walther Van Lieshout, Bert Van Rossum, Volkan Yildirim, Jaap Segaar 

In deze bijdrage beschrijven en onderbouwen we het belang van de psychodiagnostiek in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Psychodiagnostiek vraagt om een zorgvuldige en genuanceerde werkwijze. Op deze manier kan zij een grote bijdrage leveren aan de onderkenning en verklaring van complexe problemen waar cliënten mee kampen en vervolgens aan de indicatiestelling. In wat volgt zullen we allereerst uiteenzetten wat we onder psychodiagnostiek verstaan. Vervolgens volgt een bespreking van de voordelen van de inzet van psychodiagnostisch onderzoek in de klinische praktijk. Daarna gaan we in op problemen met de psychodiagnostiek in de dagelijkse praktijk van de ggz in Nederland. Ten slotte introduceren we het Landelijk Beraad Psychodiagnostiek in Nederland en het waarom van de oprichting ervan.

 

At the crossroads 2.0: recente ontwikkelingen in de behandeling van seksuele delinquenten                       Een congresverslag - Minne De Boeck, Kasia Uzieblo 

De prevalentie van seksueel geweld is hoog. Volgens (inter)nationale rapporten wordt ongeveer een op de vijf meisjes en iets minder dan een op de tien jongens voor ze de leeftijd van achttien jaar bereikt hebben geconfronteerd met enige vorm van seksueel geweld.  Een recente Europese studie toont aan dat een op de drie vrouwen, ouder dan vijftien jaar, ooit fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft ervaren.  De Vlaamse Sexpert-studie vermeldt dat iets minder dan veertien procent van de bevraagde volwassen vrouwen en bijna tweeënhalf procent van de mannen ooit seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft ervaren.  Dit geweld brengt heel wat negatieve gevolgen met zich mee voor de slachtoffers, de omgeving, de daders en de samenleving. De aandacht voor dit fenomeen neemt geleidelijk aan toe, maar piekt vooral na ophefmakende zaken. Men eist een strengere bestraffing en een efficiëntere aanpak van seksuele delinquenten. Maar welke aanpak is het meest succesvol? Moeten interventies verschillen naargelang het vergrijp, bijvoorbeeld bij kindermisbruik of verkrachting? Kunnen we het recidiverisico goed inschatten en hoe kunnen we hier efficiënt op inspelen? Op 4 en 5 februari 2020 vond in Antwerpen de tweede editie plaats met als titel ‘At the crossroads 2.0: Future directions in sex offender treatment and assessment’. De focus lag op de vertaling van de wetenschappelijke bevindingen naar de praktijk. De lezingen behandelden de onderliggende mechanismen van seksueel geweld, specifieke vormen van seksueel geweld, en de begeleiding en behandeling van seksuele delinquenten. Deze bijdrage bevat een beknopte weergave van dit congres waarbij werd gekozen voor de meest relevante of  ̶  tot op heden  ̶  onderbelichte topics.

 

Groeien na verlies van partner? Een kwantitatief onderzoek onder jonge weduwen - Anne-Marie Beelaerts van Emmichoven, Sanne Peeters, Jennifer Reijnders, Mayke Janssens, Nele Jacobs

Verlies van een partner is een van de meest ingrijpende levensgebeurtenissen, zeker wanneer zich dit op een onverwacht moment, vroeg in de levensloop voordoet. In dit artikel wordt verslag gedaan van een crosssectioneel onderzoek onder jonge weduwen naar de relatie tussen persoonlijke groei en welbevinden na het verlies van de partner. Er is onderzocht welke vormen van sociale steun samenhangen met persoonlijke groei. Via besloten onlinefora hebben 153 jonge weduwen aan deze studie deelgenomen. Persoonlijke groei is gemeten met de Posttraumatic Growth Inventory-Short Form (Cann et al., 2010), welbevinden met de Mental Health Continuum-Short Form (Keyes, 2002), alledaagse steun en ondersteuning bij problemen met de Sociale Steun Lijst-Interacties-12 (Van Eijk, Kempen, & Van Sonderen, 1994), tevreden zijn met, tekort hebben aan en te veel ontvangen van sociale steun met de Sociale Steun Lijst-Discrepanties (Van Sonderen, 1991). De resultaten tonen dat persoonlijke groei samenhangt met welbevinden: hoe meer persoonlijke groei ervaren wordt, hoe meer welbevinden er wordt gerapporteerd. Alledaagse steun is, onafhankelijk van de overige vormen van sociale steun, positief geassocieerd met persoonlijke groei, en sociale ondersteuning bij problemen laat een negatieve associatie zien. Alledaagse steun, zoals bezoek van vrienden of familie, het tonen van interesse, maar ook tevredenheid over de ontvangen sociale steun kan bijdragen aan persoonlijke groei. Sociale ondersteuning bij problemen daarentegen kan de regie over het eigen leven in gevaar brengen, met minder ruimte voor groei en welbevinden als gevolg. Naast aandacht voor de beperkingen van deze studie en aanbevelingen voor verder onderzoek, wordt ook kort ingegaan op mogelijke klinische implicaties.

 

De Burnout Assessment Tool (BAT): een nieuw instrument voor het meten van burn-out- Wilmar Schaufeli, Hans De Witte, Steffie Desart

Dit artikel beschrijft de ontwikkeling en psychometrische evaluatie van een nieuw burn-outinstrument: de Burnout Assessment Tool (BAT). Op basis van een theoretische analyse, een overzicht van reeds bestaande burn-outinstrumenten en diepte-interviews met professionals is een nieuwe conceptualisatie van burn-out ontwikkeld. Deze dient als basis voor de BAT, die bestaat uit vier subchalen: uitputting, mentale distantie, emotionele en cognitieve ontregeling, die tevens tot één burn-outscore kunnen worden samengevoegd. Daarnaast worden nog drie aspecifieke secundaire symptomen onderscheiden: psychische spanningsklachten, psychosomatische klachten en depressieve gevoelens. Psychometrische evaluatie in twee representatieve steekproeven (telkens N = 1500) van de Vlaamse en Nederlandse beroepsbevolking ondersteunt de factoriële validiteit, betrouwbaarheid, de convergente en discriminante validiteit, alsmede de constructvaliditeit van de BAT. Voorts worden er voor Vlaanderen statistische normen en klinische grenswaarden gepresenteerd. Er wordt geconcludeerd dat de BAT een valide en betrouwbare vragenlijst is om burn-out te meten, die zowel gebruikt kan worden voor individuele diagnostiek en monitoring in de klinische praktijk als voor screening en benchmarking in organisaties.

 

Naar een definitie van burn-out voor België -  Sylvie Gerard, Jacques De Mol

Burn-out is momenteel een belangrijk volksgezondheidsprobleem waarbij gezondheidswerkers zich vaak machteloos voelen, met name omdat het begrip niet degelijk is gedefinieerd. Om aan dit probleem tegemoet te komen heeft de Hoge Gezondheidsraad in 2017 over dit onderwerp een advies opgesteld. Om te bepalen wat de voornaamste elementen van burn-out zijn, werden de definities uit de literatuur en uit rapporten van adviesorganen in verschillende Europese landen bijeengebracht. Consensusvorming onder deskundigen leidde vervolgens tot de volgende definitie van burn-out voor België: een professionele uitputting als gevolg van een (langdurig) gebrek aan reciprociteit tussen de investering en wat iemand terugkrijgt; dit heeft een impact op de beheersing van de emoties en de cognitieve vermogens, wat op zijn beurt kan leiden tot een verandering in het gedrag en de attitudes (mentale afstand), wat leidt tot een gevoel van professionele onbekwaamheid.

 

De ondraaglijke lichtheid van supervisie - Ilse Devacht 

In deze bijdrage nodig ik u als collega uit tot reflectie over de supervisie aan teams en aan beginnende collega’s. Ik schreef deze tekst, mogelijk beïnvloed door deze coronatijden, als reflectie na de suïcide van een van onze jongeren die opgenomen was op een psychiatrische afdeling voor jongvolwassenen. Door het delen van mijn les in nederigheid meen ik geen betoog voor of tegen iets te houden. Wel nodig ik u uit om in de ‘brij’ die psychiatrische zorg en ook de supervisie erover soms is, mee te kijken in een van de mogelijke spiegels.

 

Mindfulness: voorbij de hype. De betekenis voor preventie en de klinische praktijk -  Lydia Castiglione

Zowat iedereen heeft het woord ‘mindfulness’ weleens horen vallen, heeft er iets over gelezen of kent iemand die een cursus volgde. In Angelsaksische landen wordt het woord in het dagelijks taalgebruik soms als synoniem voor ‘met aandacht’ gebruikt. Het is dus allemaal niet meer zo nieuw en trending. Dat is ook te zien aan het dalend aantal inschrijvingen voor de groepstrainingen in mindfulness zowel in België als Nederland. Tegelijkertijd zijn mensen nog steeds op zoek naar verstilling en ze blijken hun weg ook online te vinden. Zo heeft de app InsightTimer (een applicatie waar experts meditaties delen) maar liefst vijftien miljoen gebruikers. In dit artikel lichten we het concept mindfulness toe, staan we stil bij een aantal toepassingen in het werkveld en sluiten af met een kritische noot.

 

Suïcidepreventie bij studenten in het hoger onderwijs - Peter Vonk, Claudia Van der Heijde 

Al langer is bekend dat het met studenten in het hoger onderwijs af en toe niet goed gaat. Bij vragenlijstonderzoek worden, bij opeenvolgende jaargangen studenten, gevoelens van angst en depressie gerapporteerd. Middelengebruik, zoals het met regelmaat gebruiken van tabak, drugs en alcohol, is een bijkomend probleem. Suïcide blijft een groot probleem onder studenten. In hun leeftijdsgroep is de dood door zelfmoord de op een na belangrijkste doodsoorzaak en de gegevens over zelfmoordpogingen en zelfmoordgedachten onder studenten zijn verontrustend . De levensfase van studenten, die het losmaken van het ouderlijk huis en de identiteitsontwikkeling behelst, wordt geacht ten grondslag te liggen aan het hoge suïciderisico dat studenten lopen.  De laatste jaren is dat nog versterkt door toenemende prestatiedruk, studieduurverkorting en zaken als fear of missing out (fomo) mede verscherpt door social media. Bovendien vertonen studenten een beperkt hulpzoekgedrag wanneer ze kampen met mentale problemen, ook wel ’stille pijn’ genoemd. In deze bijdrage rapporteren wij over het onderzoek dat de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden bij de studentengezondheidszorg van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Hogeschool van Amsterdam (HvA) en het daaruit voortgekomen suïcidepreventieprotocol. We deden ook onderzoek naar risicofactoren van suïcide bij studenten, en in het kader van preventie werd kwalitatief onderzoek verricht naar factoren die van belang zijn om studenten met een suïciderisico op te sporen binnen een onderwijscontext door interviews met onderwijssleutelfiguren, zoals studiebegeleiders, reguliere docenten, studieadviseurs, tutoren, en studentendecanen. Tevens werd er gekeken naar de stappen die noodzakelijk zijn om studenten te helpen, wat heeft geleid tot een suïcidepreventieprotocol dat voor alle onderwijssleutelfiguren aan de UvA, HvA en andere onderwijsinstellingen in Nederland beschikbaar is.

 

Wat is een fantasme? Enkele toepassingen op het oeuvre van Marnix Gijsen - Firmin Asma

Een fantasme, als psychoanalytisch begrip, is een min of meer bewuste voorstelling die de persoonlijkheid structureert en die tevoorschijn komt onder andere in dromen, versprekingen, symptomen, in creatief werk, een affectieve keuze of een beroepskeuze. Tijdens de psychoanalytische kuur tracht de analyticus fantasmen op te sporen, te analyseren en door te werken in de overdracht. Deze bijdrage spitst zich toe op drie belangrijke fantasmen in het literaire werk van Marnix Gijsen: de familieroman, de aseksuele volmaaktheid en de terugkeer of de thuiskomst.

 

Recensies van de volgende boeken:

  • Farias, M. & Wikholm, C. (2019). De Boeddha-pil: verbetert meditatie je leven? – Filip Raes 
  • Verhaeghe, P. (2018). Intimiteit – Ruth Borms 
  • Kandel, E. (2018). De gestoorde geest: wat ongewone hersenen ons vertellen over onszelf- Johan Vereycken 
  • Monthaye, M. (2020). Voorbij het vroege gemis: notities van een psychotherapeute – Pierre Gantois 
  • Liégeois, A. (2019). Waarden in dialoog: ethiek in de zorg – Ivo Bernaerts 
  • Luteijn, F & Barelds, D. (2018). Psychologische diagnostiek in de gezondheidszorg – Lien Goossens 
  • Van de Ven, L. (Red.). Trauma en ouderenzorg – Christine Decruy 
  • Franken, I., Van den Brink, W. & Schellekens (Red.). Handboek verslaving – Paul Van Deun 
  • De Leo, D., & Postuvan, V. (Eds.). Reducing the toll of suicide: resources for communities, groups, and individuals. – Karl Andriessen