Word verwacht

Geïnteresseerd in toekomstige artikels in het Tijdschrift Klinische Psychologie? Hier kan je al een voorsmaakje vinden van een aantal artikels:

 

Specifieke richtlijnen voor psychologische interventies bij jongens en mannen: ideologisch gedreven of maatschappelijke noodzaak? - Alexis Dewaele

In augustus 2018 bracht de American Psychological Association (APA) nieuwe richtlijnen uit voor de psychologische behandeling van jongens en mannen. Zij moeten psychologen, werkzaam op diverse terreinen (schoolpsychologen, preventiewerkers enzovoort) bruikbare informatie en handvatten bieden om jongens en mannen op een professionele en wetenschappelijk onderbouwde manier te begeleiden in verband met diverse psychische klachten en sociale problemen. De auteurs gaan niet over één nacht ijs en baseren zich op een indrukwekkend literatuuroverzicht van maar liefst tien pagina’s. De richtlijnen hebben een beperkte geldigheidsduur van tien jaar. De APA is niet aan haar proefstuk toe: ze publiceerde eerder al richtlijnen gericht op diverse specifieke doelgroepen (zoals: holebi’s en transgenders, etnische minderheden) en op specifieke professionele contexten (bijvoorbeeld: de forensische psychologie), maar ook voor de begeleiding van meisjes en vrouwen. De auteurs gaan uit van de idee dat hoewel mannen interindividueel erg verschillend zijn  ̶  wat betreft etniciteit, culturele achtergrond, leeftijd, seksuele oriëntatie en veel andere persoonlijke kenmerken  ̶  zij als groep gemiddeld verschillen van vrouwen. Zo hebben mannen een sterkere machtspositie, maar scoren ze minder goed op een aantal gezondheidsgerelateerde variabelen, zoals meer druggebruik en een hogere mortaliteit. Dat rechtvaardigt volgens de APA deze specifieke richtlijnen.

Emoties: een strakke beheersing of een soepel beheer? - Kristof Stappers

Onze kijk op emoties heeft de voorbije decennia een stille, maar revolutionaire wending gekend. Stilaan kunnen we het tijdperk achter ons laten waarin emoties werden beschouwd als een eerder vervelend fenomeen dat ons wegdreef van ons redelijk denken. Immers, als we de literatuur erop naslaan is de attitude ten aanzien van emoties nooit erg positief geweest. De laatste decennia is heel wat baanbrekend onderzoek verricht rond emoties. Hierdoor is er bijvoorbeeld meer duidelijkheid ontstaan waarom emoties belangrijk zijn en hoe ze ons kunnen helpen, of ze universeel zijn of persoonsgebonden, welke hersengebieden betrokken zijn bij de emotionele verwerking van informatie, wat er gebeurt als we ‘door het lint’ gaan, hoe emoties ons helpen bij het maken van belangrijke keuzes, enzovoort. Kortom: een erg boeiend en omvangrijk onderzoeksveld.

Vroegtijdige preventie van jeugddelinquentie: een kennismaking met BOUNCE - Wim Hardyns, Jonas Dieussaert

Tegenwoordig is er in tal van preventieprogramma’s veel aandacht voor het concept ‘weerbaarheid’. Weerbaarheid, ook wel omschreven als ‘veerkracht’, is vaak een onderdeel van sociale vaardigheidstrainingen. Er wordt aan weerbaarheid gewerkt om, onder andere, de neiging tot crimineel gedrag te verlagen. In deze bijdrage willen we stilstaan bij het BOUNCE-programma, dat als doel heeft de veerkracht van jongeren te verhogen via een tien sessies durende groepsinterventie.

In 2017 werden voor een proefproject tien steden geselecteerd in vijf landen om de BOUNCE-tools te introduceren, te implementeren en te evalueren. Het BOUNCE-programma tracht tegemoet te komen aan de groeiende interesse in en de behoefte aan geïntegreerde implementatiestrategieën ten behoeve van vroegtijdige preventie van jeugddelinquentie. 

Transdiagnostisch werken, een nieuwe trend? - Caroline Braet, Laura Wante

De laatste tijd verschijnen er steeds meer transdiagnostische protocollen. We gaan ervan uit dat deze protocollen inwerken op de veronderstelde onderliggende psychologische mechanismen van psychopathologie en hierdoor breed inzetbaar zijn. We zien talrijke voordelen van transdiagnostisch werken, ook bij kinderen en adolescenten, maar we mogen de vraag niet uit de weg gaan of het nu beter is stoornisspecifiek dan wel transdiagnostisch te werken.

Er valt nog veel te veranderen. Beschouwingen naar aanleiding van het boek “Therapiewinst” - Giovanni Timmermans

In hun boek beschrijven David Clark en Richard Layard de enorme impuls die door de UK ging toen er meer en betere psychologische behandelingen beschikbaar kwamen. NICE, het overheidsorgaan dat in Groot-Brittannië de effectiviteit van geneeskundige behandelingen beoordeelt stelde in 2004 nieuwe richtlijnen vast voor de behandeling van depressie en angst. Psychologische behandelingen moesten volgens NICE de eerste keus zijn. De nieuwe richtlijnen werden enthousiast ontvangen stelt klinisch psycholoog David Clark. Samen met econoom Richard Layard stond hij ruim tien jaar geleden in Engeland aan de voet van een ongekende revolutie in de psychotherapie. Zij beargumenteerden dat investeringen in de ggz veel voordelen zouden opleveren. Dit resultaat kon in hun visie bereikt worden door mentaal leed net zo te behandelen als lichamelijk leed, het stigma op psychische aandoeningen te bestrijden en door kennisachterstanden weg te werken. Bovendien zou er daarnaast voor gezorgd moeten worden dat iedereen, in het bijzonder jongeren met psychische problemen, bijtijds de juiste zorg zou gaan krijgen. De wachttijden voor een behandeling waren op dat moment in het Verenigd Koninkrijk namelijk onaanvaardbaar hoog. Clark en Layard wezen de politiek op de kloof tussen wat mogelijk is op het vlak van psychologische behandelingen en hoe weinig dit in de praktijk gebeurde. Layard rekende in “The Depression Report” (2006) de economische kosten voor die ontstonden door geen acties te ondernemen. Als lid van het House of Lords kende hij goed de weg in Westminster en dat hielp om, samen met Clark,  toegang tot de politiek te krijgen.

Handel ik wel in het belang van mijn cliënt? Deontologische code als ondersteuning -  Karel De Witte

Kwaliteitsvol werken als psycholoog veronderstelt niet enkel inhoudelijk deskundig werk leveren maar evenzeer dit werk op een ethisch en deontologisch verantwoorde wijze realiseren. Veel situaties zijn echter complex waardoor het niet meteen duidelijk is wat ethisch en deontologisch verantwoord handelen is. In dit artikel schetsen we eerst hoe de deontologische code voor psychologen tot stand kwam om vervolgens aan te geven op welke wijze ondersteuning geboden wordt aan psychologen wanneer ze geconfronteerd worden met deontologische vragen. Hierbij wordt geschetst hoe ze veel informatie kunnen vinden op de website van de Psychologencommissie alsook bij andere informatiebronnen zoals onder andere de Zelfmoordlijn. In een volgend deel beschrijven we enkele veel gestelde vragen voor ondersteuning: minderjarigen, crisissituaties, expertises, wat doen als cliënten niet betalen, en getuigschriften. Ten slotte richten we onze blik op de toekomst en pleiten voor de oprichting van een divisie ethiek en deontologie binnen VVKP.

'Maar één ding is nog erger': de Hoge Gezondheidsraad over de toepassing en status van de DSM.  -  Giel Hutschemaekers, Bea Tiemens

Van het rapport van de Hoge Gezondheidsraad (HGR, 2019) over de toepassing en de status van de DSM kregen we al heel vlug goede zin. Onze zuiderburen flikken het toch maar weer om lastige kwesties in hun voordeel om te buigen. Al eens eerder mochten we dat ontdekken bij de nieuwe beroepenstructuur in België (Hardeman, 2018). En nu lijken de Belgen de eersten die hardop durven stellen dat standaard gebruik van de DSM misschien wel een van de meest stompzinnige beslisregels is die ooit binnen de geestelijke gezondheidszorg zijn bedacht.  Eigenlijk, zo luidt de conclusie, deugt de DSM van geen kanten; hoe scherper je naar de onderliggende premissen kijkt des te problematischer die hele systematiek van discrete stoornissen blijkt te zijn. Wat ons betreft verdient die doorwrochte kritiek grote lof. Een aantal van de argumenten zullen we in deze bijdrage kort de revue laten passeren.

Helaas hield onze goede zin niet aan. Naarmate we dichter bij het slot van het rapport van de HGR kwamen, ontstond toch wel enige teleurstelling. Het gebruik van de DSM is erg, maar het voorgestelde alternatief is nog erger! De HGR breekt een lans voor een meer uitgebreide diagnostiek waarin het gebruik van casusformulering centraal staat. Een aantal aspecten van casusformulering zullen we hieronder kort samenvatten. We zullen daarbij laten zien dat casusformulering inderdaad vaak grote toegevoegde waarde heeft. In de casusformulering zelf zit de pijn niet. We zullen in het derde en laatste deel van deze bijdrage beargumenteren dat het grootste probleem zit in het voorstel casusformulering als ‘standaard’-diagnostiek te introduceren.   

 

Recensies van de volgende boeken:

  • Handboek suïcidaal gedrag - Karl Andriessen
  • Leerboek seksuologie - Els Elaut
  • Een kwestie van tijd: over langdurige zorg in de psychiatrische kliniek- Yves Dermonden 
  • Gedaanten van de waanzin: van schaamteloze razernij naar onbegrepen belevingswereld- Giovanni Tmmermans
  • Het gekaapte brein: verslavingsgedrag beter begrijpen -Peter Greeven

  • Professor dr. Piet Fontaine: pionier van de kinderpsychiatrie in België - Gaston Cluckers.

  • Geboeid door narcisme: mythe en masker – Giovanni Tmmermans

  • Handboek psychose – Philippe Delespaul

  • Psychische klachten bij ouderen: diagnose en behandeling- Lies Van Assche

  • Jij bent toch mijn dochter? Een jonge psycholoog strijdt voor mensen met dementie – Evi Goris

  • Hoarding disorder- Giovanni Tmmermans

  • Focus op familie bij de behandeling van psychiatrische problematiek – Marit Berends, Alice Van Welsum, Giovanni Timmermans